Evenementen over, en in de zomer

Zomertijd 2018. De klok 1 uur vooruit op zondag 25 maart

Klik hieronder op de link voor meer toelichting over het (deel)gebied of de branche.

Koopzondag vandaag

Zomertijd

Voorjaar: Omschakeling van Wintertijd naar zomertijd
Najaar: Omschakeling van zomertijd naar Wintertijd
Zomertijd (in Belgi ook vaak zomeruur; internationale benaming Daylight Saving Time of DST) is de tijd die gedurende de zomermaanden wordt aangehouden door de klok een uur vooruit te zetten d.w.z. de klok een uur voor te laten lopen op de gewone tijd.
In de winter staan de meeste mensen op zodra het licht wordt. In de zomer komt de zon echter al zo vroeg op dat dit daglicht verloren gaat. Bij het verzetten van de klok wordt dit daglicht weer gebruikt. Hierdoor blijft het dan 's avonds weer langer licht en kan men zodoende bezuinigen op elektrische verlichting.
De gewone tijd in Nederland en Belgi wordt in dit verband wel Wintertijd (of winteruur) genoemd. Ongeveer 70 landen kennen momenteel zomertijd.


Oorsprong
Het is wel eens beweerd dat zomertijd voor het eerst voorgesteld werd door Benjamin Franklin in een brief aan de redactie van de Journal of Paris. Het artikel was echter als grap bedoeld en bovendien stelde Franklin niet voor om de zomertijd in te voeren, maar dat men vroeger moest opstaan en naar bed gaan.

Het was voor het eerst een serieus voorstel van de Engelsman William Willet in zijn Waste of Daylight (Verspilling van daglicht) uit 1907, maar hij was niet bij machte om het van de Britse regering gedaan te krijgen ondanks steun van een aanzienlijke groep parlementsleden. [1]


Geschiedenis
De eerste praktische toepassing van zomertijd was door de Duitse regering gedurende de Eerste Wereldoorlog, tussen 30 april 1916 en 1 oktober 1916. Kort daarop volgde ook het Verenigd Koninkrijk, voor het eerst van 21 mei 1916 tot 1 oktober 1916. Vervolgens voerde het Congres van de Verenigde Staten op 19 maart 1918 verschillende tijdzones in (die al sinds 1883 bij de spoorwegen in gebruik waren) en maakte de zomertijd officieel (in werking tredend op 31 maart) tijdens de rest van de Eerste Wereldoorlog. Het werd in 1918 en 1919 tijdens zeven maanden in acht genomen. De wet bleek echter zo onpopulair te zijn (hoofdzakelijk omdat men toen meestal vroeger opstond en naar bed ging dan tegenwoordig) dat de wet werd afgeschaft.

Ook in de Tweede Wereldoorlog was de zomertijd weer in gebruik. In het Verenigd Koninkrijk kende men zelfs een dubbele zomer- en Wintertijd!


Kritiek
In de landbouw geeft de zomertijd problemen, omdat het vee met de kunstmatige omschakeling van het uur niet om kan gaan. Zo zullen koeien niet vroeger opstaan. Voorstanders beweren echter dat men van de zomertijd meer profijt dan schade heeft, waarbij men vooral energiereductie aanhaalt als voordeel. De zomertijdkwestie is in de Verenigde Staten uiterst verwarrend omdat verschillende districten geen zomertijd hebben.

Een van de bezwaren van de zomertijd heeft te maken met de tijdzones. Tijdens de Wintertijd staat de klok in West-Europa een uur voor op de zonnetijd, tijdens de zomer staat de klok al 2 uur voor op de zonnetijd. Het dagritme van mensen loopt dus niet synchroon met het ritme van de zon, en 2 uur verschil wordt door sommige mensen als te groot ervaren. Vooral landbouwers vinden dit een groot probleem aangezien hun dieren wel op zonnetijd leven.

Een ander veelgehoord bezwaar van de zomertijd/Wintertijd is dat het elke keer een hele aanpassing vergt van het dagritme van mensen om over te schakelen, vooral kinderen hebben hier last van, waardoor ze in de week na de aanpassing oververmoeid kunnen raken.

Verder wordt in twijfel getrokken of de lagere verlichtingskosten de hogere airconditioningskosten wel compenseren. Ook een ander voordeel, meer namiddagzon, wordt in twijfel getrokken aangezien mensen meer energie gaan verbruiken door bijvoorbeeld met de auto te rijden.